Kolk Plus logo
  • Index
  • About
  • Focus Areas
  • Essays
INFO@KOLK-PLUS.NL Instagram Kolk_plus +31 6 41811326

About

MissieMaarten KolkDe Plus in Kolk+

Kolk+ is het onderzoeks- en ontwerpbureau van Maarten Kolk. Kolk+ is gespecialiseerd in het ontwerpen van ruimtelijke installaties en totaalidentiteiten voor de culturele en publieke sector.

 

Missie

De missie van Kolk+ is om (cultuur)historische en actuele maatschappelijke thema’s voor een breed publiek te ontsluiten. Door de thema’s te vertalen naar een toegankelijke en aansprekende vorm legt het de relevantie ervan bloot.

Het ontwerpbureau voert zowel concrete, kleine projecten uit als vrijere, grootschalige opdrachten. Variërend van tentoonstellingsontwerp tot visuele identiteit.

In combinatie met een hands-on benadering ontstaan er tastbare, gelaagde ontwerpen die de complexiteit van ons gezamenlijk erfgoed op heldere wijze visualiseren.

Maarten Kolk

Maarten Kolk (1980) is onderzoeker, ontwerper en oprichter van Kolk+. Maarten studeert in 2006 af aan Design Academy Eindhoven. Na zijn afstuderen richt hij samen met Guus Kusters studio Kolk & Kusters op. De studio is gespecialiseerd in autonoom ontwerp. Hierbij staan ambachtelijkheid en vergankelijkheid centraal. Vanaf 2020 richten zij zich op hun individuele ontwerppraktijk en werken samen op projectbasis.

Naast zijn ontwerppraktijk is Maarten sinds 2016 actief binnen het ontwerponderwijs. Als docent, teamleider en studiementor is hij nauw verbonden aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag (KABK) binnen de richting Interior Architecture & Furniture Design. Hier draagt hij bij aan de ontwikkeling van het ontwerponderwijs en zet hij zich in voor onder andere community building en veilig studieklimaat. Hij begeleidt studenten bij het aanleren van ontwerpkennis en vaardigheden en geeft leiding aan collectieve studieprojecten.

 

 

De Plus in Kolk+

De + in Kolk+ staat voor iedereen die Maarten Kolk op weg naar een ontwerp betrekt. Essentieel is de open dialoog met de opdrachtgever en de projectmatige samenwerkingen met andere ontwerpers.

 

Guus Kusters:

Guus runde samen met Maarten 14 jaar lang Studio Kolk&Kusters. In 2021 besloten ze beide hun eigen pad te bewandelen, voortbouwend op de basis die ze samen hebben gelegd. Sindsdien richt Guus zich op autonoom werk met een focus op ambacht in relatie tot gebrokenheid onder de naam Foyer Brisé. De samenwerking wordt nog opgezocht binnen projecten die sterk gericht zijn op kleuronderzoek.

https://www.instagram.com/foyer_brise_?utm_source=ig_web_button_share_sheet&igsh=ZDNlZDc0MzIxNw==

 

Sanne Vos:

Reeds 12 jaar is Sanne als freelancer werkzaam binnen Kolk+ (en voorheen Kolk&Kusters). Opgeleid als grafisch ontwerpster ontwerpt ze vanuit haar eigen studio publicaties voor een variëteit aan klanten. Ze is het best te omschrijven als een purist en minimalist. Binnen Kolk+ heeft ze zich ook tot ruimtelijk ontwerper ontwikkeld en is daarmee een niet te missen allround kracht voor de studio.

https://www.sannevos.com/

 

Josef Blersch:

Als één helft van kunstenaars duo Snodevormgevers, bouwt Josef kunstinstallaties en daarnaast produceert hij op maat gemaakte interieuronderdelen. Hij wordt regelmatig door Kolk+ in projecten betrokken bij de ontwikkeling van ruimtelijke installaties. Daarbij staat duurzaam en slim materiaalgebruik centraal.

 

Ilka van Steen:

Door haar uitgebreide ervaring in het culturele veld heeft Ilka een scherpe, kritische blik op kunst en design ontwikkeld. Daarnaast heeft ze een Master of Arts in Contemporary Arts Criticism and Conservation. Voor Kolk+ schrijft ze beschouwende teksten.

https://www.linkedin.com/in/ilka-van-steen-04447b34/?originalSubdomain=nl

 

Esther de Groot:

Als ontwerpster en kunstenaar werkt Esther aan zelf geïnitieerde projecten en werk in opdracht met een sterke relatie tot textiel en grafisch ontwerp. Ze heeft een MFA in Graphic Design & Illustration van de Konstfack University of Arts, Crafts and Design in Stockholm en binnen hetzelfde instituut het onderzoeksprogramma ‘Research Lab CRAFT’ afgerond. Daarnaast is Esther een goede tekstschrijfster en ondersteunt ze Maarten in conceptvorming en het schrijven van project teksten.

https://estherdegroot.nl/

 

Enrico Greco:

De website van kolk+ is ontwikkeld door Enrico Greco. Als ontwerper is hij gespecialiseerd in visuele identiteit, motion graphics en front-end ontwikkeling.

 

Lonny van Ryswyck en Nadine Sterk:

Samen vormen Lonny en Nadine Atelier NL. Middels hun werk trachten ze sterkere banden te creëren tussen de materialen van de aarde en levende gemeenschappen. Kolk+ werkt regelmatig met hen samen aan de scenografie van hun projecten.

https://www.ateliernl.com/

 

Anne Veenstra en Anke van Ark:

Met hun bedrijf Coded Club ontwikkelen Anne en Anke serious games op maat voor bedrijven, waarin leren, samenwerken en informatie overdragen centraal staan. Maarten fungeert in diverse projecten als art-director voor Coded Club.

www.codedclub.com

 

Voorbeelden van eerdere opdrachtgevers zijn Textielmuseum, Zuiderzeemuseum, Dutch Design Foundation, Museum De Lakenhal, Sweco, World Design Embassies, Gemeente Amsterdam en Museum Rembrandthuis,

Focus Areas

PresentatiesDuurzaamheidOnderzoekEducatie

Kolk+
Presentaties

Kolk+ bedenkt en creëert ruimtelijke presentaties en tactiel objectontwerp. Het ontwerpbureau heeft jarenlange ervaring in tentoonstellingsontwerp.
Alle installaties en interventies van Kolk+ kenmerken zich door een ingetogen en heldere beeldtaal. Doordachte keuzes voor materiaal, kleur en detaille- ring zijn hierbij essentieel.

Doordat Kolk+ allround is, kan een project van inhoudelijk concept tot productie worden gerealiseerd. Het bureau heeft ervaring met verschillende rollen, en kan zowel sturend als faciliterend werken.
Dit is te zien bij een grootschalige opdracht voor het Zuiderzeemuseum die loopt sinds 2010.

Onderdelen zijn het Zuiderzee’s kleurpallet, een hernieuwde ruimtelijke huisstijl, nieuwe collectieopstellingen en verschillende educatietools. Eerder was Kolk+ art director van Dutch Design Week en curator en art director van de tentoonstelling ‘Starting Something’ tijdens Beijing Design Week.

Projecten komen tot stand door een voortdurende dialoog met de opdrachtgever waarin goed luisteren en door vragen centraal staat. Voor Kolk+ is iedere opdracht maatwerk.

Kolk+
Duurzaamheid

In het museale veld groeit het besef dat tijdelijke tentoonstellingen niet duurzaam zijn, vanwege de beperkte levensduur van materialen en de resulte- rende afvalproblemen.

Kolk+ pleit voor een herziening en een kritische blik op de ontwikkeling en vormgeving van deze tentoonstellingen. Ze onderzoekt de processen achter tijdelijke tentoonstellingen om de factoren die het eindresultaat beïnvloeden te begrijpen. Een nauwe samenwerking tussen opdrachtgevers, ontwerpers, producenten en leveranciers beschouwt Kolk+ als essentieel om duurzame resultaten te kunnen bereiken.

Kolk+ ziet de oplevering van een tentoonstelling niet als het eind, maar streeft naar een “schone zaal” als eindresultaat waar materialen hergebruikt of een herbestemming krijgen.

De presentaties ‘Vaste collectieopstelling Textielmuseum’ en ‘Totaal Lokaal’ zijn op deze wijze ontwikkeld, waarbij ‘ready mades’, bestaande elementen en materialen, na gebruik terugkeren naar de leverancier of elders hergebruikt kunnen worden. Dit benadrukt Kolk+’s streven naar duurzaamheid in tijdelijke tentoonstellingen.

Kolk+
Onderzoek

Bij Kolk+ staat onderzoek aan de basis van vormgeven. Binnen elke opdracht besteedt het bureau intensieve aandacht aan (historische) context en inhoud.

Het ontwerpbureau is specialist in materiaalen kleurhistorisch onderzoek. De onderzoeksmethodes omvatten literatuuronderzoek, veldwerk en hands-on materiaal experimenten. De uitkomsten vertaalt Kolk+ naar tastbare toepassingen voor de culturele en publieke sector.

Voorbeelden zijn collectieopstellingen, huisstijlen, educatietools en tentoonstellingsconcepten. Projecten variëren van een grootschalige reconstructie van de kleuropbouw van Rembrandt van Rijn, tot een onderzoek en presentatie over de geschiedenis, vernieuwing en natuurontwikkeling van de houtribdijk tussen Lelystad en Enkhuizen.

De analytische aard van Kolk+ is te herkennen aan de verhalende vormgeving waarbij de inhoud en context tot in ieder detail terug te vinden zijn.

Kolk+
Educatie

Educatie is een fundamenteel onderdeel van onderzoeks- en ontwerpbureau Kolk+. Vormgeving functioneert als drager en vertaler van kennis. Het ontwerpbureau is expert in overdrachtelijk ontwerp en maakt informatie toegankelijk.

Het doel is dat de kijker verrijkt wordt en een eigen visie op een maatschappelijk of historisch onderwerp ontwikkelt.

De educatietools van Kolk+ hebben een heldere esthetiek en passen bij het karakter van het gehele ontwerp. Wanneer het gaat om een historische omgeving werkt Kolk+ analoog en integreert het educatieve elementen op een passende manier.

Voor de tentoonstelling ‘Building with Textiles’ in het TextielMuseum creëert Kolk+ een interactief model dat de basisprincipes van architectuur laat zien en een materialen bank waarmee kinderen hun eigen bouwwerken met textiel kunnen maken.

Essays

Kleur-reprise Onderzoek naar duurzaam materiaalgebruik binnen tentoonstellingsontwerp

Kleur-reprise

kleurerfgoed in het ontwerp van Kolk+

(…)
het is mij om het Rood van haar kleed en
anders niets te doen,
ook niet om de entourage in goudig-groen.
Alleen díe kleur zien als een kleur van heden,
of Rembrandt naast mij er mee speelde
(…)

Pierre Kemp (1886 – 1967), het Rood van het Joodse Bruidje

 

Het ‘Oranjegevoel’ staat in de Nederlandse canon. Een nationaal gevoel, verbonden aan één enkele kleur. Maar dit ogenschijnlijk onveranderlijke felle oranje, was ooit veel bruiner1. Een andere haast nationale kleur, is die van het rood van het ‘Joodse Bruidje’ van Rembrandt van Rijn. Een kleur die zo tot de verbeelding spreekt, dat er over gedicht wordt. Maar waarom juist over deze kleur?
Achter elke kleur en kleurverandering gaat een verhaal schuil. Kleuren zijn een onlosmakelijk onderdeel van de geschiedenis, zowel van onze cultuur als natuur. Om betekenis van kleur niet verloren te laten gaan voor het heden, herinterpreteert ontwerp- en onderzoeksbureau Kolk+ cultuur- en natuurhistorische kleuren. Met technisch en historisch kleuronderzoek maakt het bureau deze kleuren via ontwerptoepassingen toegankelijk. Op deze manier toont Kolk+ de gelaagdheid en betekenis van ons kleurerfgoed. Kolk+ werkt binnen kleurprojecten nauw samen met ontwerper Guus Kusters.

Wat is kleur?

Wat kleur precies is en hoe wij kleuren zien, zijn vragen waar filosofen en wetenschappers zich al eeuwen mee bezig houden. Over de technische kant van hoe wij kleuren zien, valt inmiddels niet veel meer te twisten. Kleur is licht dat wordt gereflecteerd vanaf het oppervlak van een object. Verschillende voorwerpen hebben verschillende kleuren omdat ze sommige golflengten van licht absorberen, en andere weerkaatsen. De kleur die we zien, is de kleur die weerkaatst wordt2.
Waar meer ambivalentie over bestaat is het idee dat hoe wij kleuren zien, verbonden is aan taal. In de twintigste eeuw was de heersende theorie dat wij kleuren pas kunnen duiden wanneer we er een woord voor hebben. Taal is hierin de drager van hoe wij kleuren zien en betekenis geven. Dit idee wordt ‘linguïstische relativiteit’ genoemd. Inmiddels is er veel onderzoek gedaan en is deze taaltheorie niet langer heersend. Zo blijkt uit het onderzoek van cognitief psycholoog Anna Franklin dat kinderen kleuren kunnen categoriseren voordat ze kunnen praten3.

Rembrandt van Rijn

We belanden weer bij het schilderij ‘Isaak en Rebekka’, bekend als het ‘Joodse bruidje’ van Rembrandt van Rijn. Het rood (zoals in de quote bovenaan dit essay uit het gedicht van Pierre Kemp te lezen is) roept bij veel mensen een helder beeld op. Maar betekent deze kleur voor ons nog hetzelfde als toen Rembrandt het schilderde? Is wat jij ervaart als je naar het schilderij kijkt vergelijkbaar met iemand uit de zeventiende eeuw?

Want wat is eigenlijk de ‘echte’ kleur van dit schilderij? Zo zien we het werk van Rembrandt in heel andere lichtomstandigheden dan waarin het is gemaakt. Kleur is niet te vangen, we kunnen de kleur niet in een doosje doen en thuis nog eens bekijken. Kleuronderzoeker en schrijver Kassia St. Clair verwoordt het als volgt: ‘It’s the difference between looking at a house-paint sample on your computer screen, in the tin at your local hardware store, and then on the walls in your home.’4

Het zijn bovenstaande vragen die Kolk en Kusters aan de orde stelt in het project ‘Constructing Colors’ uit 2016 in opdracht van het RembrandtLab. In dit onderzoek duiken de twee ontwerpers in het unieke, gelaagde kleurgebruik van Rembrandt van Rijn. Een jaar lang analyseren ze recepturen, kleuropbouw en grondstoffen. Kleuren worden ontleed en opnieuw opgebouwd met alternatieve dragers als keramiek en textiel. Door de kleuren van Rembrandt, waaronder die van het ‘Joodse Bruidje’ te ontleden en opnieuw op te bouwen worden de kleuren van Rembrandt vanuit het verleden naar het heden gehaald. De kleuren worden opnieuw toegankelijk en toepasbaar.
Een van de uitingen hiervan is te zien in het project ‘Constructing Colors – Museum Walls’ uit 2019 voor Museum de Lakenhal. Kolk en Kusters ontwikkelen hier een nieuw, gelaagd kleurpallet op basis van het kleurgebruik van Rembrandt van Rijn voor de historische zalen van het museum. Subtiel opgestelde kleurmonsters tonen op elke wand welke kleurlagen er schuilgaan onder de uiteindelijke kleur. Door de kleuren die zijn ontwikkeld op basis van Rembrandt’s van pallet een nieuwe toepassing te geven, wordt het kleurerfgoed van Rembrandt opnieuw relevant.

Kleurerfgoed

In Nederland wordt ons erfgoed beschermd door de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE). Ons erfgoed vertelt ‘waar we vandaan komen, wie wij zijn en hoe we ons ontwikkelen’. De overheid onderscheidt materieel en immaterieel erfgoed. Het materiële erfgoed is te vinden ‘in onze musea, historische binnensteden en in het landelijk gebied, het immateriële in onze tradities, rituelen en verhalen.’ Kleuren worden door RCE niet als aparte categorie benoemd, en waar het wel over kleur gaat dan is dat vooral op een materiaal-technische manier5.

Kolk+ ziet kleur wel als aparte categorie binnen het erfgoed, een die het midden houdt tussen materieel en immaterieel erfgoed. Kleurhistorie zoals Kolk+ die beschouwt, is daarmee veel breder dan die van RCE. Historicus en schrijver Michel Pastoureau deelt deze opvatting: ‘Too often histories of colour – what few there are – are limited to the most recent periods and to artistic matters, which is very reductive. The history of painting is one thing, the history of colours is another – and altogether more vast.’6 Het is deze grotere geschiedenis van kleuren, waarin ontwerpbureau Kolk+ zich specialiseert.

Niets zo veranderlijk als kleur

Opnieuw terug naar Rembrandt. In het geval van het ‘Joodse Bruidje’ is het ‘bewijsstuk’ nog aanwezig. We kunnen de kleur nog in het echt gaan zien. Maar wat als het bewijsstuk er niet meer is? Of aan verandering onderhevig is? Dan is het veiligstellen van ons kleurerfgoed nog belangrijker.
Ten tijde van Rembrandt waren kleurbenamingen als Kasselse aarde (bruingroen), Karmijn (rood-roze) en loodwit gebruikelijk. Er bestond een duidelijke connectie tussen kleur en de herkomst van deze kleur uit een bepaalde streek of grondstof. Deze geografische- of grondstof-referenties zeggen ons nu weinig meer, dat was driehonderd jaar geleden anders. Vandaag de dag kennen we ook veel associatieve kleuren, maar ze zijn niet langer verbonden aan het materiaal waaruit de kleur is ontstaan. Doordat er geen verbinding meer bestaat tussen de manier waarop kleur gemaakt wordt en de benaming van die kleur, kan het zijn dat de associatie die verbonden is aan een kleur voor ons nu evident is, maar in de toekomst niet meer. Waar ‘avocado-groen’ in 2022 een bepaalde kleur oproept zal men zich over twintig jaar misschien afvragen of het om de schil of de vrucht gaat7. In de ontwerppraktijk van Kolk+ wordt voorbij deze vluchtige associaties gekeken. Kolk+ onderzoekt de materialiteit van kleur, hierdoor wordt de herkomst opnieuw verankerd in de betekenis van de kleur zelf.

Kleurbenamingen en associaties zijn aan verandering onderhevig. Maar ook kleuren zelf veranderen. Als we denken aan de kleuren van het Nederlandse landschap, zijn die over tweehonderd jaar nog hetzelfde als vandaag? Zien we dan nog steeds groene weides en grijze wolkenluchten voor ons of zal klimaatverandering onze luchten bijvoorbeeld blauwer en ons landschap geler maken?
En mocht Nederland ooit een republiek worden, is oranje dan nog onze nationale kleur? En als dit zo zou zijn, blijft het dan nog hetzelfde felle ‘zonnige mandarijn’ dat het vandaag de dag is? Historische schilderijen tonen een oranje dat meer lijkt op ‘verbrande barnsteen’8. Kleurassociaties maar ook kleuren zelf kunnen dus ook zonder dat we het weten, veranderen. En voor wie het ziet, vertellen deze kleurveranderingen vaak een belangrijk verhaal.

De Zuiderzee

Wat ooit de Zuiderzee was, is het nu het IJsselmeer en de Waddenzee geworden. Hoe weten we welke grijs- en blauwtinten de Zuiderzee had? Deze binnenzee bestaat niet meer sinds 1932. Het IJsselmeer is met de aanleg van de Houtribdijk in 1976 opgesplitst in twee delen. Het zuidelijke gedeelte wordt sindsdien Markermeer genoemd, naar het voormalige eiland Marken dat hierin ligt9. Wanneer je over deze Houtribdijk rijdt dan zie je dat het Markermeer groen is en het IJsselmeer blauw. De biodiversiteit van het Markermeer is achteruitgegaan door slibvorming op de bodem en het ontbreken van natuurlijke oevers. Eén van de gevolgen hiervan is dat het water veel troebeler én groener is dan het IJsselmeer. Een theorie is dat algen afsterven en daarmee het water groen kleuren.

Voor een meerjarige opdracht voor het Zuiderzeemuseum zijn Kolk en Kusters gevraagd om een kleurpallet te ontwikkelen voor dit Zuiderzeegebied.
Voor de zoektocht naar het ’kleurpallet van de Zuiderzee’ analyseren ze de kleuren van de wateren zoals ze nu zijn: IJsselmeer, Markermeer en Waddenzee. Ook analyseren de twee ontwerpers historische representaties ervan in historische schilderkunst en fotografie. De combinatie van kleuren van de overgebleven, veranderde wateren, met andere kleuren uit de kleurhistorische onderzoeken vormen de kleuridentiteit van het museum, die wordt toegepast in tentoonstellingen, presentaties, huisstijl en grafische uitingen. Hiermee brengen Kolk en Kusters door middel van kleur het historisch en huidig natuurerfgoed bij elkaar.

Kleur-reprise

Kolk+ maakt ons kleurerfgoed toegankelijk. Door kleuren opnieuw ‘uit te voeren’ worden ze relevant. Kleur is net als beeldende of podiumkunst namelijk het best overdraagbaar door het medium zelf. Vergelijk het met luisteren naar een fraaie uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest van ‘Symfonie nr.6 Pastorale’ van Ludwig van Beethoven of het lezen van de muzieknoten op de partituur.

Kleur draag je niet over via taal, kleur draag je over via kleur. Voor de heruitvoering van kleuren gebruikt Kolk+ grondige technische en historische analyses, van zowel de kleur zelf als eventuele kleurverandering. Kolk+ voorziet kleurerfgoed van betekenis. Daarmee maakt het bureau kleurerfgoed relevant voor het heden en wordt ons kleurerfgoed behouden voor de toekomst.

Tekst door Ilka van Steen.


1. Kassia St. Clair, The Secret Lives of Colour, London: John Murray, 2016, p. 96.
2. Kassia St. Clair, p. 13.
3. Tim Travis, The V&A Book of Colour in Design, London: Thames and Hudson, 2020, p. 8.
4. Kassia St. Clair, p. 27.
5. Website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/erfgoed.
6. Michel Pastoureau, Green: The History of a Colour. Trans J. Gladding, Princeton University Press, 2004, p. 7.
7. Kassia St. Clair, p. 27.
8. Kassia St. Clair, p. 96.
9. Website over de Zuiderzee: https://nl.wikipedia.org/wiki/Zuiderzee.

Onderzoek naar duurzaam materiaalgebruik binnen tentoonstellingsontwerp

240710 Duurzaamheidsonderzoek_small

 

Verduurzaming binnen tentoonstellingsvormgeving is een
onderwerp dat niet langer genegeerd kan worden. Steeds meer
musea en ontwerpers zijn zich bewust van de urgentie van dit
onderwerp en de verantwoordelijkheid die zij dragen voor de
verduurzaming van de productie van tentoonstellingen.
De ecologische voetafdruk van een tentoonstelling is relatief groot,
mede door factoren als transport en materiaalafval, in combinatie
met de vaak korte levensduur van tijdelijke tentoonstellingen.
Vanuit verschillende partijen binnen dit vakgebied komen signalen
en initiatieven die laten zien dat er steeds meer bewustwording
is van het probleem en dat er draagvlak is voor verbetering. Ik
ben daar zelf ook een voorbeeld van, al merk ik dat het in mijn
ontwerppraktijk lastig is om deze verandering daadwerkelijk te
bewerkstelligen.
De productie van tentoonstellingen is een complex proces
waarbij verschillende belanghebbenden betrokken zijn, iets dat
verduurzaming bemoeilijkt.

Dit onderzoek heeft tot doel om het bestaande systeem te bevragen,
inzicht te krijgen in welke factoren bij de verschillende partijen een
positieve of negatieve invloed hebben op verduurzaming, en om
uitgangspunten op te stellen die in de toekomst als hulpmiddel
kunnen dienen om duurzame ontwerpprincipes te ontwikkelen.

Duurzaamheid is een breed en omvattend begrip; mijn focus ligt
op het materiaalverbruik binnen tentoonstellingsontwerp. Specifiek
richt ik me in dit onderzoek op de vormgeving van tijdelijke
tentoonstellingen. Ik maak dit onderscheid omdat factoren zoals
tijdsduur, budget, ontwikkeltijd, logistiek en materiaalverbruik
significant verschillen ten opzichte van permanente
tentoonstellingen, die een langere periode meegaan. Juist bij
tijdelijke tentoonstellingen staat duurzaamheid ter discussie. In dit
verslag pleit ik voor een circulaire benadering bij het verduurzamen
van tentoonstellingsontwerp, omdat hergebruik juist bij die tijdelijke
aard het meest effectief is.

Dit onderzoek is niet uniek in zijn onderwerp; er bestaan reeds
onderzoeken, platforms en praktijkvoorbeelden die deze materie
behandelen. Waarin dit onderzoek zich onderscheidt, is dat het
vanuit het perspectief van de ontwerper is gedaan, iets dat ik tot op
heden nog onderbelicht acht. Ik zie dit onderzoek om die reden als
een aanvulling op het reeds bestaande discours.

Binnen de ontwikkeling van tentoonstellingen heeft de ontwerper
een invloedrijke rol op het uiteindelijke resultaat en daarmee ook
op de mate van duurzaamheid. Waar het museum de kaders stelt
en de content bepaalt, en de interieurbouwer de tentoonstelling
fysiek realiseert, is het de ontwerper die gedurende het proces
voornamelijk aan de knoppen van het ontwerp zit. Het antwoord
op verduurzaming binnen tentoonstellingsontwerp ligt in het
materiaalgebruik, maar dit is vaak niet zo eenvoudig. Indirecte
factoren kunnen deze keuze bemoeilijken, voortkomend uit
het ontwikkelproces en de samenwerking tussen ontwerper,
opdrachtgever en interieurbouwer.
Om duurzame oplossingen te vinden en toe te passen in een
ontwerpproces, is het van belang dat de ontwerper beter inzicht
krijgt in de processen van de andere stakeholders.

De driehoek van ontwerper, museum en interieurbouwer is
cruciaal. Om beter inzicht te krijgen in deze samenwerking
en de processen van elk van deze stakeholders heb ik een
negental interviews afgenomen die de basis vormen van dit
onderzoek. Deze negen partijen zijn geselecteerd op basis van
hun ervaringen met een duurzame benadering op het gebied van
tentoonstellingsontwikkeling. Daarnaast heb ik rekening gehouden
met een brede representatie van het professionele veld, waarin
een diversiteit aan type musea, ontwerpers en interieurbouwers is
opgenomen. Goed om in acht te nemen is dat een aantal van de
geïnterviewden reeds vooroploopt op het gebied van duurzaamheid.
De ervaringen en inzichten die zij tot op heden hebben opgedaan
zijn daarmee waardevol, maar het is het tegelijkertijd belangrijk om
deze ervaringen en inzichten niet als een standaard te zien.
In de interviews zijn diverse onderwerpen binnen de ontwikkeling
van tentoonstellingen besproken die invloed hebben op de
verduurzaming. Deze vormen de basis van dit verslag en zijn
teruggebracht naar vijf onderwerpen: beleid, proces, samenwerking,
esthetiek en materiaalgebruik. Aan de hand van deze vijf
hoofdstukken worden ervaringen, kennis en inzichten gedeeld.

In het eerste deel van dit document zijn korte reflecties per type
stakeholder te lezen die een beknopte samenvatting geven van de
informatie die dit onderzoek voortgebracht heeft. In het tweede deel
is een uitgebreid verslag te lezen waarin juist de verbinding gelegd
wordt tussen alle stakeholders.


Kolk Plus logo

INFO@KOLK-PLUS.NL Instagram Kolk_plus +31 6 41811326

About

Kolk+ is het onderzoeks- en ontwerpbureau van Maarten Kolk. Kolk+ is gespecialiseerd in het ontwerpen van ruimtelijke installaties en totaalidentiteiten voor de culturele en publieke sector.

 

Missie

De missie van Kolk+ is om (cultuur)historische en actuele maatschappelijke thema’s voor een breed publiek te ontsluiten. Door de thema’s te vertalen naar een toegankelijke en aansprekende vorm legt het de relevantie ervan bloot.

Het ontwerpbureau voert zowel concrete, kleine projecten uit als vrijere, grootschalige opdrachten. Variërend van tentoonstellingsontwerp tot visuele identiteit.

In combinatie met een hands-on benadering ontstaan er tastbare, gelaagde ontwerpen die de complexiteit van ons gezamenlijk erfgoed op heldere wijze visualiseren.

Maarten Kolk

Maarten Kolk (1980) is onderzoeker, ontwerper en oprichter van Kolk+. Maarten studeert in 2006 af aan Design Academy Eindhoven. Na zijn afstuderen richt hij samen met Guus Kusters studio Kolk & Kusters op. De studio is gespecialiseerd in autonoom ontwerp. Hierbij staan ambachtelijkheid en vergankelijkheid centraal. Vanaf 2020 richten zij zich op hun individuele ontwerppraktijk en werken samen op projectbasis.

Naast zijn ontwerppraktijk is Maarten sinds 2016 actief binnen het ontwerponderwijs. Als docent, teamleider en studiementor is hij nauw verbonden aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag (KABK) binnen de richting Interior Architecture & Furniture Design. Hier draagt hij bij aan de ontwikkeling van het ontwerponderwijs en zet hij zich in voor onder andere community building en veilig studieklimaat. Hij begeleidt studenten bij het aanleren van ontwerpkennis en vaardigheden en geeft leiding aan collectieve studieprojecten.

 

 

De Plus in Kolk+

De + in Kolk+ staat voor iedereen die Maarten Kolk op weg naar een ontwerp betrekt. Essentieel is de open dialoog met de opdrachtgever en de projectmatige samenwerkingen met andere ontwerpers.

 

Guus Kusters:

Guus runde samen met Maarten 14 jaar lang Studio Kolk&Kusters. In 2021 besloten ze beide hun eigen pad te bewandelen, voortbouwend op de basis die ze samen hebben gelegd. Sindsdien richt Guus zich op autonoom werk met een focus op ambacht in relatie tot gebrokenheid onder de naam Foyer Brisé. De samenwerking wordt nog opgezocht binnen projecten die sterk gericht zijn op kleuronderzoek.

https://www.instagram.com/foyer_brise_?utm_source=ig_web_button_share_sheet&igsh=ZDNlZDc0MzIxNw==

 

Sanne Vos:

Reeds 12 jaar is Sanne als freelancer werkzaam binnen Kolk+ (en voorheen Kolk&Kusters). Opgeleid als grafisch ontwerpster ontwerpt ze vanuit haar eigen studio publicaties voor een variëteit aan klanten. Ze is het best te omschrijven als een purist en minimalist. Binnen Kolk+ heeft ze zich ook tot ruimtelijk ontwerper ontwikkeld en is daarmee een niet te missen allround kracht voor de studio.

https://www.sannevos.com/

 

Josef Blersch:

Als één helft van kunstenaars duo Snodevormgevers, bouwt Josef kunstinstallaties en daarnaast produceert hij op maat gemaakte interieuronderdelen. Hij wordt regelmatig door Kolk+ in projecten betrokken bij de ontwikkeling van ruimtelijke installaties. Daarbij staat duurzaam en slim materiaalgebruik centraal.

 

Ilka van Steen:

Door haar uitgebreide ervaring in het culturele veld heeft Ilka een scherpe, kritische blik op kunst en design ontwikkeld. Daarnaast heeft ze een Master of Arts in Contemporary Arts Criticism and Conservation. Voor Kolk+ schrijft ze beschouwende teksten.

https://www.linkedin.com/in/ilka-van-steen-04447b34/?originalSubdomain=nl

 

Esther de Groot:

Als ontwerpster en kunstenaar werkt Esther aan zelf geïnitieerde projecten en werk in opdracht met een sterke relatie tot textiel en grafisch ontwerp. Ze heeft een MFA in Graphic Design & Illustration van de Konstfack University of Arts, Crafts and Design in Stockholm en binnen hetzelfde instituut het onderzoeksprogramma ‘Research Lab CRAFT’ afgerond. Daarnaast is Esther een goede tekstschrijfster en ondersteunt ze Maarten in conceptvorming en het schrijven van project teksten.

https://estherdegroot.nl/

 

Enrico Greco:

De website van kolk+ is ontwikkeld door Enrico Greco. Als ontwerper is hij gespecialiseerd in visuele identiteit, motion graphics en front-end ontwikkeling.

 

Lonny van Ryswyck en Nadine Sterk:

Samen vormen Lonny en Nadine Atelier NL. Middels hun werk trachten ze sterkere banden te creëren tussen de materialen van de aarde en levende gemeenschappen. Kolk+ werkt regelmatig met hen samen aan de scenografie van hun projecten.

https://www.ateliernl.com/

 

Anne Veenstra en Anke van Ark:

Met hun bedrijf Coded Club ontwikkelen Anne en Anke serious games op maat voor bedrijven, waarin leren, samenwerken en informatie overdragen centraal staan. Maarten fungeert in diverse projecten als art-director voor Coded Club.

www.codedclub.com

 

Voorbeelden van eerdere opdrachtgevers zijn Textielmuseum, Zuiderzeemuseum, Dutch Design Foundation, Museum De Lakenhal, Sweco, World Design Embassies, Gemeente Amsterdam en Museum Rembrandthuis,

Focus Areas

Kolk+
Presentaties

Kolk+ bedenkt en creëert ruimtelijke presentaties en tactiel objectontwerp. Het ontwerpbureau heeft jarenlange ervaring in tentoonstellingsontwerp.
Alle installaties en interventies van Kolk+ kenmerken zich door een ingetogen en heldere beeldtaal. Doordachte keuzes voor materiaal, kleur en detaille- ring zijn hierbij essentieel.

Doordat Kolk+ allround is, kan een project van inhoudelijk concept tot productie worden gerealiseerd. Het bureau heeft ervaring met verschillende rollen, en kan zowel sturend als faciliterend werken.
Dit is te zien bij een grootschalige opdracht voor het Zuiderzeemuseum die loopt sinds 2010.

Onderdelen zijn het Zuiderzee’s kleurpallet, een hernieuwde ruimtelijke huisstijl, nieuwe collectieopstellingen en verschillende educatietools. Eerder was Kolk+ art director van Dutch Design Week en curator en art director van de tentoonstelling ‘Starting Something’ tijdens Beijing Design Week.

Projecten komen tot stand door een voortdurende dialoog met de opdrachtgever waarin goed luisteren en door vragen centraal staat. Voor Kolk+ is iedere opdracht maatwerk.

Kolk+
Duurzaamheid

In het museale veld groeit het besef dat tijdelijke tentoonstellingen niet duurzaam zijn, vanwege de beperkte levensduur van materialen en de resulte- rende afvalproblemen.

Kolk+ pleit voor een herziening en een kritische blik op de ontwikkeling en vormgeving van deze tentoonstellingen. Ze onderzoekt de processen achter tijdelijke tentoonstellingen om de factoren die het eindresultaat beïnvloeden te begrijpen. Een nauwe samenwerking tussen opdrachtgevers, ontwerpers, producenten en leveranciers beschouwt Kolk+ als essentieel om duurzame resultaten te kunnen bereiken.

Kolk+ ziet de oplevering van een tentoonstelling niet als het eind, maar streeft naar een “schone zaal” als eindresultaat waar materialen hergebruikt of een herbestemming krijgen.

De presentaties ‘Vaste collectieopstelling Textielmuseum’ en ‘Totaal Lokaal’ zijn op deze wijze ontwikkeld, waarbij ‘ready mades’, bestaande elementen en materialen, na gebruik terugkeren naar de leverancier of elders hergebruikt kunnen worden. Dit benadrukt Kolk+’s streven naar duurzaamheid in tijdelijke tentoonstellingen.

Kolk+
Onderzoek

Bij Kolk+ staat onderzoek aan de basis van vormgeven. Binnen elke opdracht besteedt het bureau intensieve aandacht aan (historische) context en inhoud.

Het ontwerpbureau is specialist in materiaalen kleurhistorisch onderzoek. De onderzoeksmethodes omvatten literatuuronderzoek, veldwerk en hands-on materiaal experimenten. De uitkomsten vertaalt Kolk+ naar tastbare toepassingen voor de culturele en publieke sector.

Voorbeelden zijn collectieopstellingen, huisstijlen, educatietools en tentoonstellingsconcepten. Projecten variëren van een grootschalige reconstructie van de kleuropbouw van Rembrandt van Rijn, tot een onderzoek en presentatie over de geschiedenis, vernieuwing en natuurontwikkeling van de houtribdijk tussen Lelystad en Enkhuizen.

De analytische aard van Kolk+ is te herkennen aan de verhalende vormgeving waarbij de inhoud en context tot in ieder detail terug te vinden zijn.

Kolk+
Educatie

Educatie is een fundamenteel onderdeel van onderzoeks- en ontwerpbureau Kolk+. Vormgeving functioneert als drager en vertaler van kennis. Het ontwerpbureau is expert in overdrachtelijk ontwerp en maakt informatie toegankelijk.

Het doel is dat de kijker verrijkt wordt en een eigen visie op een maatschappelijk of historisch onderwerp ontwikkelt.

De educatietools van Kolk+ hebben een heldere esthetiek en passen bij het karakter van het gehele ontwerp. Wanneer het gaat om een historische omgeving werkt Kolk+ analoog en integreert het educatieve elementen op een passende manier.

Voor de tentoonstelling ‘Building with Textiles’ in het TextielMuseum creëert Kolk+ een interactief model dat de basisprincipes van architectuur laat zien en een materialen bank waarmee kinderen hun eigen bouwwerken met textiel kunnen maken.

Essays

Kleur-reprise

kleurerfgoed in het ontwerp van Kolk+

(…)
het is mij om het Rood van haar kleed en
anders niets te doen,
ook niet om de entourage in goudig-groen.
Alleen díe kleur zien als een kleur van heden,
of Rembrandt naast mij er mee speelde
(…)

Pierre Kemp (1886 – 1967), het Rood van het Joodse Bruidje

 

Het ‘Oranjegevoel’ staat in de Nederlandse canon. Een nationaal gevoel, verbonden aan één enkele kleur. Maar dit ogenschijnlijk onveranderlijke felle oranje, was ooit veel bruiner1. Een andere haast nationale kleur, is die van het rood van het ‘Joodse Bruidje’ van Rembrandt van Rijn. Een kleur die zo tot de verbeelding spreekt, dat er over gedicht wordt. Maar waarom juist over deze kleur?
Achter elke kleur en kleurverandering gaat een verhaal schuil. Kleuren zijn een onlosmakelijk onderdeel van de geschiedenis, zowel van onze cultuur als natuur. Om betekenis van kleur niet verloren te laten gaan voor het heden, herinterpreteert ontwerp- en onderzoeksbureau Kolk+ cultuur- en natuurhistorische kleuren. Met technisch en historisch kleuronderzoek maakt het bureau deze kleuren via ontwerptoepassingen toegankelijk. Op deze manier toont Kolk+ de gelaagdheid en betekenis van ons kleurerfgoed. Kolk+ werkt binnen kleurprojecten nauw samen met ontwerper Guus Kusters.

Wat is kleur?

Wat kleur precies is en hoe wij kleuren zien, zijn vragen waar filosofen en wetenschappers zich al eeuwen mee bezig houden. Over de technische kant van hoe wij kleuren zien, valt inmiddels niet veel meer te twisten. Kleur is licht dat wordt gereflecteerd vanaf het oppervlak van een object. Verschillende voorwerpen hebben verschillende kleuren omdat ze sommige golflengten van licht absorberen, en andere weerkaatsen. De kleur die we zien, is de kleur die weerkaatst wordt2.
Waar meer ambivalentie over bestaat is het idee dat hoe wij kleuren zien, verbonden is aan taal. In de twintigste eeuw was de heersende theorie dat wij kleuren pas kunnen duiden wanneer we er een woord voor hebben. Taal is hierin de drager van hoe wij kleuren zien en betekenis geven. Dit idee wordt ‘linguïstische relativiteit’ genoemd. Inmiddels is er veel onderzoek gedaan en is deze taaltheorie niet langer heersend. Zo blijkt uit het onderzoek van cognitief psycholoog Anna Franklin dat kinderen kleuren kunnen categoriseren voordat ze kunnen praten3.

Rembrandt van Rijn

We belanden weer bij het schilderij ‘Isaak en Rebekka’, bekend als het ‘Joodse bruidje’ van Rembrandt van Rijn. Het rood (zoals in de quote bovenaan dit essay uit het gedicht van Pierre Kemp te lezen is) roept bij veel mensen een helder beeld op. Maar betekent deze kleur voor ons nog hetzelfde als toen Rembrandt het schilderde? Is wat jij ervaart als je naar het schilderij kijkt vergelijkbaar met iemand uit de zeventiende eeuw?

Want wat is eigenlijk de ‘echte’ kleur van dit schilderij? Zo zien we het werk van Rembrandt in heel andere lichtomstandigheden dan waarin het is gemaakt. Kleur is niet te vangen, we kunnen de kleur niet in een doosje doen en thuis nog eens bekijken. Kleuronderzoeker en schrijver Kassia St. Clair verwoordt het als volgt: ‘It’s the difference between looking at a house-paint sample on your computer screen, in the tin at your local hardware store, and then on the walls in your home.’4

Het zijn bovenstaande vragen die Kolk en Kusters aan de orde stelt in het project ‘Constructing Colors’ uit 2016 in opdracht van het RembrandtLab. In dit onderzoek duiken de twee ontwerpers in het unieke, gelaagde kleurgebruik van Rembrandt van Rijn. Een jaar lang analyseren ze recepturen, kleuropbouw en grondstoffen. Kleuren worden ontleed en opnieuw opgebouwd met alternatieve dragers als keramiek en textiel. Door de kleuren van Rembrandt, waaronder die van het ‘Joodse Bruidje’ te ontleden en opnieuw op te bouwen worden de kleuren van Rembrandt vanuit het verleden naar het heden gehaald. De kleuren worden opnieuw toegankelijk en toepasbaar.
Een van de uitingen hiervan is te zien in het project ‘Constructing Colors – Museum Walls’ uit 2019 voor Museum de Lakenhal. Kolk en Kusters ontwikkelen hier een nieuw, gelaagd kleurpallet op basis van het kleurgebruik van Rembrandt van Rijn voor de historische zalen van het museum. Subtiel opgestelde kleurmonsters tonen op elke wand welke kleurlagen er schuilgaan onder de uiteindelijke kleur. Door de kleuren die zijn ontwikkeld op basis van Rembrandt’s van pallet een nieuwe toepassing te geven, wordt het kleurerfgoed van Rembrandt opnieuw relevant.

Kleurerfgoed

In Nederland wordt ons erfgoed beschermd door de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE). Ons erfgoed vertelt ‘waar we vandaan komen, wie wij zijn en hoe we ons ontwikkelen’. De overheid onderscheidt materieel en immaterieel erfgoed. Het materiële erfgoed is te vinden ‘in onze musea, historische binnensteden en in het landelijk gebied, het immateriële in onze tradities, rituelen en verhalen.’ Kleuren worden door RCE niet als aparte categorie benoemd, en waar het wel over kleur gaat dan is dat vooral op een materiaal-technische manier5.

Kolk+ ziet kleur wel als aparte categorie binnen het erfgoed, een die het midden houdt tussen materieel en immaterieel erfgoed. Kleurhistorie zoals Kolk+ die beschouwt, is daarmee veel breder dan die van RCE. Historicus en schrijver Michel Pastoureau deelt deze opvatting: ‘Too often histories of colour – what few there are – are limited to the most recent periods and to artistic matters, which is very reductive. The history of painting is one thing, the history of colours is another – and altogether more vast.’6 Het is deze grotere geschiedenis van kleuren, waarin ontwerpbureau Kolk+ zich specialiseert.

Niets zo veranderlijk als kleur

Opnieuw terug naar Rembrandt. In het geval van het ‘Joodse Bruidje’ is het ‘bewijsstuk’ nog aanwezig. We kunnen de kleur nog in het echt gaan zien. Maar wat als het bewijsstuk er niet meer is? Of aan verandering onderhevig is? Dan is het veiligstellen van ons kleurerfgoed nog belangrijker.
Ten tijde van Rembrandt waren kleurbenamingen als Kasselse aarde (bruingroen), Karmijn (rood-roze) en loodwit gebruikelijk. Er bestond een duidelijke connectie tussen kleur en de herkomst van deze kleur uit een bepaalde streek of grondstof. Deze geografische- of grondstof-referenties zeggen ons nu weinig meer, dat was driehonderd jaar geleden anders. Vandaag de dag kennen we ook veel associatieve kleuren, maar ze zijn niet langer verbonden aan het materiaal waaruit de kleur is ontstaan. Doordat er geen verbinding meer bestaat tussen de manier waarop kleur gemaakt wordt en de benaming van die kleur, kan het zijn dat de associatie die verbonden is aan een kleur voor ons nu evident is, maar in de toekomst niet meer. Waar ‘avocado-groen’ in 2022 een bepaalde kleur oproept zal men zich over twintig jaar misschien afvragen of het om de schil of de vrucht gaat7. In de ontwerppraktijk van Kolk+ wordt voorbij deze vluchtige associaties gekeken. Kolk+ onderzoekt de materialiteit van kleur, hierdoor wordt de herkomst opnieuw verankerd in de betekenis van de kleur zelf.

Kleurbenamingen en associaties zijn aan verandering onderhevig. Maar ook kleuren zelf veranderen. Als we denken aan de kleuren van het Nederlandse landschap, zijn die over tweehonderd jaar nog hetzelfde als vandaag? Zien we dan nog steeds groene weides en grijze wolkenluchten voor ons of zal klimaatverandering onze luchten bijvoorbeeld blauwer en ons landschap geler maken?
En mocht Nederland ooit een republiek worden, is oranje dan nog onze nationale kleur? En als dit zo zou zijn, blijft het dan nog hetzelfde felle ‘zonnige mandarijn’ dat het vandaag de dag is? Historische schilderijen tonen een oranje dat meer lijkt op ‘verbrande barnsteen’8. Kleurassociaties maar ook kleuren zelf kunnen dus ook zonder dat we het weten, veranderen. En voor wie het ziet, vertellen deze kleurveranderingen vaak een belangrijk verhaal.

De Zuiderzee

Wat ooit de Zuiderzee was, is het nu het IJsselmeer en de Waddenzee geworden. Hoe weten we welke grijs- en blauwtinten de Zuiderzee had? Deze binnenzee bestaat niet meer sinds 1932. Het IJsselmeer is met de aanleg van de Houtribdijk in 1976 opgesplitst in twee delen. Het zuidelijke gedeelte wordt sindsdien Markermeer genoemd, naar het voormalige eiland Marken dat hierin ligt9. Wanneer je over deze Houtribdijk rijdt dan zie je dat het Markermeer groen is en het IJsselmeer blauw. De biodiversiteit van het Markermeer is achteruitgegaan door slibvorming op de bodem en het ontbreken van natuurlijke oevers. Eén van de gevolgen hiervan is dat het water veel troebeler én groener is dan het IJsselmeer. Een theorie is dat algen afsterven en daarmee het water groen kleuren.

Voor een meerjarige opdracht voor het Zuiderzeemuseum zijn Kolk en Kusters gevraagd om een kleurpallet te ontwikkelen voor dit Zuiderzeegebied.
Voor de zoektocht naar het ’kleurpallet van de Zuiderzee’ analyseren ze de kleuren van de wateren zoals ze nu zijn: IJsselmeer, Markermeer en Waddenzee. Ook analyseren de twee ontwerpers historische representaties ervan in historische schilderkunst en fotografie. De combinatie van kleuren van de overgebleven, veranderde wateren, met andere kleuren uit de kleurhistorische onderzoeken vormen de kleuridentiteit van het museum, die wordt toegepast in tentoonstellingen, presentaties, huisstijl en grafische uitingen. Hiermee brengen Kolk en Kusters door middel van kleur het historisch en huidig natuurerfgoed bij elkaar.

Kleur-reprise

Kolk+ maakt ons kleurerfgoed toegankelijk. Door kleuren opnieuw ‘uit te voeren’ worden ze relevant. Kleur is net als beeldende of podiumkunst namelijk het best overdraagbaar door het medium zelf. Vergelijk het met luisteren naar een fraaie uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest van ‘Symfonie nr.6 Pastorale’ van Ludwig van Beethoven of het lezen van de muzieknoten op de partituur.

Kleur draag je niet over via taal, kleur draag je over via kleur. Voor de heruitvoering van kleuren gebruikt Kolk+ grondige technische en historische analyses, van zowel de kleur zelf als eventuele kleurverandering. Kolk+ voorziet kleurerfgoed van betekenis. Daarmee maakt het bureau kleurerfgoed relevant voor het heden en wordt ons kleurerfgoed behouden voor de toekomst.

Tekst door Ilka van Steen.


1. Kassia St. Clair, The Secret Lives of Colour, London: John Murray, 2016, p. 96.
2. Kassia St. Clair, p. 13.
3. Tim Travis, The V&A Book of Colour in Design, London: Thames and Hudson, 2020, p. 8.
4. Kassia St. Clair, p. 27.
5. Website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/erfgoed.
6. Michel Pastoureau, Green: The History of a Colour. Trans J. Gladding, Princeton University Press, 2004, p. 7.
7. Kassia St. Clair, p. 27.
8. Kassia St. Clair, p. 96.
9. Website over de Zuiderzee: https://nl.wikipedia.org/wiki/Zuiderzee.

Onderzoek naar duurzaam materiaalgebruik binnen tentoonstellingsontwerp

240710 Duurzaamheidsonderzoek_small

 

Verduurzaming binnen tentoonstellingsvormgeving is een
onderwerp dat niet langer genegeerd kan worden. Steeds meer
musea en ontwerpers zijn zich bewust van de urgentie van dit
onderwerp en de verantwoordelijkheid die zij dragen voor de
verduurzaming van de productie van tentoonstellingen.
De ecologische voetafdruk van een tentoonstelling is relatief groot,
mede door factoren als transport en materiaalafval, in combinatie
met de vaak korte levensduur van tijdelijke tentoonstellingen.
Vanuit verschillende partijen binnen dit vakgebied komen signalen
en initiatieven die laten zien dat er steeds meer bewustwording
is van het probleem en dat er draagvlak is voor verbetering. Ik
ben daar zelf ook een voorbeeld van, al merk ik dat het in mijn
ontwerppraktijk lastig is om deze verandering daadwerkelijk te
bewerkstelligen.
De productie van tentoonstellingen is een complex proces
waarbij verschillende belanghebbenden betrokken zijn, iets dat
verduurzaming bemoeilijkt.

Dit onderzoek heeft tot doel om het bestaande systeem te bevragen,
inzicht te krijgen in welke factoren bij de verschillende partijen een
positieve of negatieve invloed hebben op verduurzaming, en om
uitgangspunten op te stellen die in de toekomst als hulpmiddel
kunnen dienen om duurzame ontwerpprincipes te ontwikkelen.

Duurzaamheid is een breed en omvattend begrip; mijn focus ligt
op het materiaalverbruik binnen tentoonstellingsontwerp. Specifiek
richt ik me in dit onderzoek op de vormgeving van tijdelijke
tentoonstellingen. Ik maak dit onderscheid omdat factoren zoals
tijdsduur, budget, ontwikkeltijd, logistiek en materiaalverbruik
significant verschillen ten opzichte van permanente
tentoonstellingen, die een langere periode meegaan. Juist bij
tijdelijke tentoonstellingen staat duurzaamheid ter discussie. In dit
verslag pleit ik voor een circulaire benadering bij het verduurzamen
van tentoonstellingsontwerp, omdat hergebruik juist bij die tijdelijke
aard het meest effectief is.

Dit onderzoek is niet uniek in zijn onderwerp; er bestaan reeds
onderzoeken, platforms en praktijkvoorbeelden die deze materie
behandelen. Waarin dit onderzoek zich onderscheidt, is dat het
vanuit het perspectief van de ontwerper is gedaan, iets dat ik tot op
heden nog onderbelicht acht. Ik zie dit onderzoek om die reden als
een aanvulling op het reeds bestaande discours.

Binnen de ontwikkeling van tentoonstellingen heeft de ontwerper
een invloedrijke rol op het uiteindelijke resultaat en daarmee ook
op de mate van duurzaamheid. Waar het museum de kaders stelt
en de content bepaalt, en de interieurbouwer de tentoonstelling
fysiek realiseert, is het de ontwerper die gedurende het proces
voornamelijk aan de knoppen van het ontwerp zit. Het antwoord
op verduurzaming binnen tentoonstellingsontwerp ligt in het
materiaalgebruik, maar dit is vaak niet zo eenvoudig. Indirecte
factoren kunnen deze keuze bemoeilijken, voortkomend uit
het ontwikkelproces en de samenwerking tussen ontwerper,
opdrachtgever en interieurbouwer.
Om duurzame oplossingen te vinden en toe te passen in een
ontwerpproces, is het van belang dat de ontwerper beter inzicht
krijgt in de processen van de andere stakeholders.

De driehoek van ontwerper, museum en interieurbouwer is
cruciaal. Om beter inzicht te krijgen in deze samenwerking
en de processen van elk van deze stakeholders heb ik een
negental interviews afgenomen die de basis vormen van dit
onderzoek. Deze negen partijen zijn geselecteerd op basis van
hun ervaringen met een duurzame benadering op het gebied van
tentoonstellingsontwikkeling. Daarnaast heb ik rekening gehouden
met een brede representatie van het professionele veld, waarin
een diversiteit aan type musea, ontwerpers en interieurbouwers is
opgenomen. Goed om in acht te nemen is dat een aantal van de
geïnterviewden reeds vooroploopt op het gebied van duurzaamheid.
De ervaringen en inzichten die zij tot op heden hebben opgedaan
zijn daarmee waardevol, maar het is het tegelijkertijd belangrijk om
deze ervaringen en inzichten niet als een standaard te zien.
In de interviews zijn diverse onderwerpen binnen de ontwikkeling
van tentoonstellingen besproken die invloed hebben op de
verduurzaming. Deze vormen de basis van dit verslag en zijn
teruggebracht naar vijf onderwerpen: beleid, proces, samenwerking,
esthetiek en materiaalgebruik. Aan de hand van deze vijf
hoofdstukken worden ervaringen, kennis en inzichten gedeeld.

In het eerste deel van dit document zijn korte reflecties per type
stakeholder te lezen die een beknopte samenvatting geven van de
informatie die dit onderzoek voortgebracht heeft. In het tweede deel
is een uitgebreid verslag te lezen waarin juist de verbinding gelegd
wordt tussen alle stakeholders.


Interactive Grid

Placeholder

Side Portfolio v8


Building with Textiles


Placeholder

Vertical Portfolio v4


Placeholder

Side Portfolio v5


Placeholder

Vertical Portfolio v2


Placeholder

Vertical Portfolio v1


Placeholder

Side Portfolio v2


Placeholder

Side Portfolio v1


Placeholder

Zuiderzeekleuren


Placeholder

Side Portfolio v7


Placeholder

Vertical Portfolio v7


Placeholder

Vertical Portfolio v6


Placeholder

Vertical Portfolio v5

© 2026 Kolk Plus. All rights reserved.